Omgaan met je huilende baby

Het troosten van een ontroostbare baby kan loodzwaar zijn.

Het was midden in de nacht. Urenlang wiegen, volkomen machteloos om het huilen te stoppen. Ik was moe. Zó moe. En het duurde maar. Er leek geen einde aan te komen. Onze baby had het moeilijk. En ik wist niet waarom.

 

Huilen roept bij ons vaak sterke reacties op. We voelen de drang om het direct op te lossen.

Heeft de baby honger? Is hij of zij moe? Is er een vieze luier? Heeft het kindje ergens pijn?

De emoties die we voelen dwingen ons bijna om actie te nemen. En dat is maar goed ook, want zó beschermt ons brein onze baby.

Maar wat nou als we niets aan de oorzaak van het huilen kunnen doen? En troosten niet lijkt te helpen?

Dan voelen we tóch de drang om het op te lossen. Dan kunnen we onmacht voelen, gestrest of gefrustreerd raken, of aan onszelf gaan twijfelen. En als onze eigen emotionele stress toeneemt, is het vaak nog moeilijker om er voor ons kindje te zijn.

Jonge babies huilen gewoonlijk zo’n twee uur per dag. Maar sommige babies huilen meer dan drie uur per dag. Deze huilbabies hebben soms lichamelijke problemen, maar vaak is er geen duidelijke oorzaak aan te wijzen.

Je baby is nog zo kwetsbaar, en als ouder ben je dat ook.

Het zorgen voor een kleine baby kan als een zware verantwoordelijkheid voelen. We zijn geprogrammeerd om alles te doen wat we kunnen om onze baby veilig, gezond en gelukkig te maken.

Wanneer de babytijd anders loopt dan je verwacht, of wanneer je omgeving daar een mening over heeft, kun je aan jezelf gaan twijfelen. Je kunt onzeker worden over je kwaliteiten als moeder of als vader. Je weet wellicht dat dit vaak voorkomt en dat zo’n fase altijd weer overgaat. Maar het voelt vaak heel anders.

De situatie is al zwaar, maar je moeilijke gevoelens doen er een flinke schep bovenop. Naast je huilende baby moet je ook nog zien te dealen met jezelf. Terwijl je daar nauwelijks energie meer voor hebt.

Schaamte, emotionele stress, onmacht, uitputting, je emotioneel afsluiten naar je baby, wanhoop, het komt misschien allemaal langs. Misschien voel je afstand tot je baby en kun je even niet goed bij gevoelens van liefde. Misschien voel je woede naar je kind of uit de stress zich naar andere familieleden. Misschien schuldgevoel. Misschien eenzaamheid.

Ben ik de enige die dit doormaakt?

Zou je kunnen gaan denken.

Nee. Is het antwoord.

Zolang als er mensen zijn, zijn er babies. En zolang als er babies zijn, zijn er machteloze ouders.

Je bent niet de enige. Je bent niet alleen hierin.

Het is zwaar. Voor vrijwel iedereen die dit meemaakt. En het gaat voorbij. Je weet niet hoe lang het duurt, deze keer, deze fase, maar het gaat voorbij.

Ben je onzeker of je jouw kindje wel goed genoeg verzorgt?

Het antwoord is hoogst waarschijnlijk: je bent een goede ouder. Zoals zoveel ouders van huilbabies. En nee, nu kun je jouw kindje niet laten stoppen met huilen. Maar je kunt je kindje wel goed verzorgen. En je zult je kindje steeds beter leren kennen. En steeds meer leren als ouder.

Je hebt tijd genoeg.

Je hebt jaren om je kindje te helpen met in balans komen. Ook als dat nu moeilijk gaat en ook als het lang duurt. Je hebt jaren om zelf in balans te komen, ook als dat nu moeilijk gaat.

Maar nu dan? Uitgeput en met een ontroostbare baby?

Compassie en mindfulness kunnen je helpen om goed voor jezelf en je baby te zorgen.
Ook als het huilen niet ophoudt, kun je er voor je baby zijn. 

Als je baby ontroostbaar lijkt, is er één ding dat je altijd kunt doen: de situatie accepteren en er simpelweg voor je kindje zijn. Vol compassie, met aandacht. Zo krijgt je baby het signaal dat wat hij of zij ook voelt, het er mag zijn.

Met jouw kalme acceptatie laat je jouw baby weten: je mag er zijn. Onvoorwaardelijk.
En gevoelens zijn niet het einde van de wereld.

In de Infant Mental Health noemen ze dit co-regulatie. Jij leeft voor aan je baby dat moeilijke gevoelens bij het leven horen. Dat ze niet weggestopt hoeven te worden, dat ze niet opgelost hoeven te worden. Dat je niet in de actie hoeft te schieten. Dat ze wellicht onprettig zijn, of ronduit naar, maar geen reden tot paniek.

Dat geldt voor de gevoelens van je kindje, maar net zo goed voor die van jou.

En als er wel paniek is – bij jou – dan kun je ook dat accepteren. En gepaste actie ondernemen als dat nodig is. (Zoals bijvoorbeeld: een moment wegstappen van je baby, hulp vragen, een ademruimte nemen, jezelf kalmeren met goed uitademen, zingen, samen naar buiten gaan.)

Elk moment dat je accepteert zoals het nu is, help je jezelf en je baby om langzaam tot rust te komen. Het is de weerstand tegen een situatie die stress verergert. 

En ook als acceptatie de oorzaak van het huilen niet wegneemt, krijgt de opgelopen stress de kans om weg te ebben.

Weerstand gooit olie op het vuur. Als je stopt met het vuur te voeden, brandt het vroeger of later uit.

Dus daar ben je dan.
Met je huilende baby in je armen.

Stil, of misschien huil je mee. Je voelt je misschien machteloos, of vol weerstand. Maar hoe je je ook voelt, je kunt tegen jezelf zeggen:

‘Zo is het nu.’

En zachte aandacht geven aan je baby. Vriendelijke aandacht aan jezelf. Warme belangstelling voor wat hier gebeurt.

Misschien voel je de aanraking van je baby, zie je het gezichtje en de handjes. Misschien word je je bewust van je ademhaling, of de geluiden om jullie heen. Van de kleine veranderingen in het huilen, of van je gevoelens voor je baby.

Je geeft liefdevolle aandacht aan je baby, en aan jezelf. En meer hoef je niet te doen.

Bewust aandacht geven trekt je uit je stressreactie.

Als je bewust je aandacht richt, gaat het deel van je hersenen aan dat overzicht heeft. Je kunt je eigen wijsheid weer aanspreken.

Hoe is het nu precies met ons? Wat zijn de mogelijkheden?

Er bij stil durven staan is de sleutel. Toelaten hoe het is.

Vaak is simpelweg aanwezig zijn dan genoeg. Het kan ook zijn dat er iets concreets opborrelt dat jullie helpt.

Vaak kun je meer doen dan je denkt.

Soms is het iets voor je kindje. Misschien is er een andere ruimte die prettiger is voor hem of haar. Kan het licht zachter, of is een dekentje fijn. Misschien is neuriën troostend, of juist stil samen zitten.

Soms is het iets voor jezelf. Een andere houding, wat eten of drinken, iemand die je een knuffel geeft, muziek luisteren of een meditatie doen.

Het doel is niet om het huilen te stoppen. Het doel is om goed voor jullie te zorgen.

Goed voor jullie zorgen gaat niet over resultaat. Gaat niet over verwachtingen, of over prestaties. Het gaat niet over schuld, of over vroeger. Het probeert niets voor de toekomst te bereiken.

Goed zorgen voor jou en je kindje betekent: omarmen hoe het leven is. Op dit moment.

Omgaan met stress is niet makkelijk. We zijn zo gewend om in de weerstand te schieten. En soms kun je gevangen raken in een vast patroon met je kindje.

Door mindfulness en compassie te oefenen hoef je niet op de automatische piloot door te zwoegen. Je ontwikkelt het bewustzijn om nieuwe mogelijkheden te zien, en te kiezen om anders met stress om te gaan. Stapje voor stapje kun je losser komen van stressreacties en patronen.

Als je losser komt van je stressreacties, kun je met nieuwe ogen naar jezelf en je kindje kijken. Zo ontstaat er ruimte om van elkaar te genieten.

Terug naar die nacht.
Onze baby bleef maar huilen. Ik was uitgeput.
Maar ik was kalm. Ik kon het niet oplossen. Ik hoefde niets te doen. Er alleen maar voor haar te zijn.
Ik richtte mijn aandacht op haar aanraking. Mijn lichaam. De stilte van de nacht. Het wonder dat ik voor dit lieve wezentje mocht zorgen. Er voor haar mocht zijn. Dat ik haar kon liefhebben en koesteren. Dat ik kon voelen dat het ok was wat ze voelde. Dat ze er onvoorwaardelijk mocht zijn. En ik ook. Samen in één schuitje.
Één van mijn dierbaarste herinneringen.

 

Mindfulness en compassie, ze omhulden ons als een warme, liefdevolle deken. Zo midden in de nacht.

En wie weet, misschien kun jij dat ook ervaren: vol compassie en aandacht, genieten van het contact, wanneer je kindje huilt.


Oefeningen die je zou kunnen gebruiken tijdens het troosten van je baby:

Drie minuten ademruimte

Kijkmeditatie

 

Tip: neem een hap met aandacht

Ineens vond ik mezelf met een mond vol boterham tussen aanrecht en bank. De korst prikte in m’n wang en ik kauwde alsof m’n leven er vanaf hing. Volkomen automatisch was ik alvast begonnen, ondanks m’n goede voornemen om zittend van de lunch te genieten.

Hard lachend en een tikje gefrustreerd herinnerde ik me wat ik heb geleerd:

  • opmerken
  • stoppen
  • verdergaan met aandacht.

Of uitgewerkt in stappen:

  1. OPMERKEN: gefeliciteerd. Je hebt opgemerkt dat je eten automatisch naar binnen schuift. Dat is de belangrijkste stap.
  2. OBSERVEREN: laat het maar even doorgaan. Hoe voelt het om te schrokken? Wat kun je opmerken aan smaak, geur, tast, tempo, beweging, spierspanning, ademhaling, stemming, gedachten? Voel je drang of dwang? Hoe merk je dat eigenlijk? Misschien kun je er met een glimlach naar kijken.
  3. STOPPEN: houd er maar mee op. Neem een pauze van drie ademhalingen voor je verder gaat. Als je wilt kun je kijken wat er van binnen gebeurt als je stopt. Je hoeft daar verder niets mee te doen.
  4. FRISSE BLIK: wat eet je eigenlijk? Wat heeft het voor vorm, textuur, kleur, geur. Maakt het geluid als je erin knijpt? Wat voor associaties krijg je erbij? Geef er een moment je onverdeelde aandacht aan.
  5. BEGIN OPNIEUW: neem de tijd voor je volgende hap. Kijk zo precies als je kan naar wat er gebeurt. Het begint met de intentie, je richt je aandacht op je eten. Dan beweeg je het naar je mond. Wat kun je de hele reis opmerken?
  6. HAP: doe zo lang mogelijk over je hap. Ontdek zo veel je kan over wat je eet en hoe je eet. Wat merk je op aan geur, smaak, textuur, bewegingen van je tong en kaken? Wanneer komt de neiging om te slikken en hoe voelt dat? Probeer zo lang mogelijk je eten te volgen op zijn reis naar je maag. Je lijf is nu één hap rijker.
  7. LAAT GAAN: eet maar weer je zoals je wilt. Snel of langzaam, met veel of weinig aandacht. Niemand kan alles volledig met aandacht doen. Misschien kun je wel blijven opmerken hoe je eet. Is er iets veranderd? Hoe zit je er nu bij?
    En als je weer wilt stoppen met schrokken kun je elk moment weer opnieuw beginnen.

Eet smakelijk!

Waarom werkt dit? Lees het hier >>

 

TIP uit eigen ervaring: Één ding tegelijk.

Ik schreef dit in 2019, maar heb blijft relevant – ook voor mij. Daarom een artikel over het jezelf moeilijk maken – en hoe het een stuk makkelijker kan.

Het hoeft ècht niet altijd moeilijk te zijn, zorgen voor mijn dochter. Als ze speelt, hoef ik haar alleen maar veilig te houden. Als ik haar yoghurt voer, hoef ik alleen maar het lepeltje aan te bieden. Als ik haar troost, hoef ik haar alleen maar vast te houden en er voor haar te zijn.

De meeste stress voor mij als ouder, ontstaat als ik zo veel mogelijk tegelijk wil doen. Terugschakelen naar één ding tegelijk, is dan het beste medicijn.

Bijvoorbeeld: even samenzitten met mijn dochter.

In tijden van stress gebeurt er ondertussen van alles.

Ik ben de dag aan het plannen, kijk of ik het samenzijn nog wat beter zou kunnen doen, probeer daarnaast even m’n berichten te checken, denk van alles over mijn dochter, check of ze al ‘genoeg geknuffeld heeft’ zodat ik verder kan met mijn to-do-lijstje.
Ik ben druk-druk-druk aan het werk en mis het hele moment met mijn dochter. M’n lijf doet druk mee, en spant wat extra spieren aan.

Terwijl als ik er even over nadenk, dan vraagt samen zitten niet meer dan… nou ja, gewoon samen zitten, met aandacht voor elkaar.

De onrust op de achtergrond maakt het echter heel onprettig om alleen maar samen te zitten. Die duwt me het liefst voort naar nog drie dingen om te doen.

Wat ik dan kan doen, is vriendelijk te erkennen hoe ik me voel.

Ik zak in mijn lijf en neem even een momentje om alles goed te voelen. Ik voel de onrust, maar ook wat er verder in mijn lijf en hoofd gebeurt. Ik voel de aanraking van mijn dochter en krijg vanzelf weer oog voor haar.

‘Één ding tegelijk’ zeg ik dan.

Niet omdat het moet, maar omdat meer gewoon niet hoeft. En dan ben ik prompt weer terug in het moment met mijn dochter. ‘Wat heerlijk zo, samen even rusten. Wat een rijkdom, zo’n lief klein meisje op mijn schoot’ denk ik dan.

Het blijft me verbazen: hoe snel stress mooie momenten kaapt, maar ook hoe krachtig mindfulness is.

Ik doe één ding tegelijk met aandacht en zonder iets speciaals te doen, wordt het een bijzonder moment.

Net als het volgende moment. En het volgende.

‘Één ding tegelijk’ herhaal ik dan ook maar weer steeds.

En ik moet er een klein beetje om lachen.

Vijf keer ellende: zo stop je ermee

Living the full catastrophy – Jon Kabat-Zinn

Waarom mindfulness? Waarom daar kostbare tijd en energie aan besteden? Die vragen stel ik mezelf nog regelmatig. Toch is elke keer weer mijn conclusie: omdat ik het nodig heb. Net als iedereen kan ik mezelf fantastisch in de weg zitten, en mindfulness trekt me daar weer uit. Mindfulness is al 2500 jaar een kwestie van gezond verstand. Hieronder daarom eerst een gezellige portie ramptoerisme naar de menselijke geest. Ga je mee?

1. Ellende

Stel je eens de volgende situatie voor: na een lange dag waarin de verwarming stuk ging en de loodgieter drie uur te laat kwam, brandt het eten aan terwijl je kindje nu.dat.boekje.wil.lezen. Hij of zij is ontroostbaar als je ‘nee’ zegt. Je schiet uit je slof, zet het vuur uit, stormt de keuken uit en ploft neer op de bank tussen de bergen was en speelgoed. Je wil alleen maar rust, harmonie, en klaar zijn. Maar in plaats daarvan moet je nog even, en verdwijnt in je telefoon.
Wat komt er op? Iets van hieronder bijvoorbeeld?

  • Ik wil die stress niet, ik wil rust in mijn kop
  • Ik wil dat gezeur niet, ik wil gezelligheid
  • Ik wil niet uit mijn slof schieten, ik wil dat ik lief blijf
  • Ik wil al dat werk niet doen, ik wil dat het klaar is
  • Ik wil niet scrollen, ik wil wat leukers

Of meer in het algemeen:

  • Ik wil ruimte voor mezelf maar ik krijg het nooit
  • Ik wil ideale kinderen maar dat zijn ze niet
  • Ik wil eindeloos geduldig zijn maar ik kan dat niet
  • Ik wil de controle houden maar heb niet de energie
  • Ik wil ontspannen maar ben te rusteloos

Dit is het leven. Tussen wat je wilt, verwacht, of verlangt, en de rauwe realiteit van het dagelijks leven, gaapt soms een gat zo diep als de Mariana trog. Op zich is dat nog overzichtelijk: behoeftes en de situatie sluiten niet lekker aan, en je krijgt daar gedachtes en gevoelens over. Gewone menselijke ellende.

2. Verzet

Onze reacties gaan (helaas) meestal een stuk verder. In plaats van te accepteren dat het nu gewoon lastig is, kunnen we ons hopeloos verzetten tegen de situatie. Want het is niet goed, zoals het nu is. Hier moeten we vandaan. Of de situatie moet anders. Dat (stiekeme) verzet kan zich op heel veel manieren uiten. Bijvoorbeeld:

Overcompenseren:
Het moet beter. Ik werk gewoon nog wat harder om een betere ouder te worden. Ik ga nóg een cursus doen. Wat vroeger naar bed. Meer met ze spelen. Gewoon liever zijn.

Behoeftes ontkennen:
Ach, het valt wel mee. Ja, hobbies heb ik niet meer zo nodig. Die wallen horen erbij. Nee ik hoef geen tijd voor mezelf, mijn gezin is mijn yoga. Als zij maar gelukkig zijn.

Uitzitten:
Het wordt later vast
beter, als ze doorslapen. Dit is een fase. Niets aan te doen hè? We bijten ons er gewoon doorheen.

Uitleven:
Ze zijn soms gewoon strontvervelend. – Niet weer zo aan me hàngen, dat is irritant!

Toegeven:
Als ze maar stil zijn. Ik zet ze wel voor de tv met een ijsje.

Afhaken:
… whatever. Laat ze maar schreeuwen.
Ik ga even kijken of iemand nog iets leuks gepost heeft. Met mijn rug naar hen toe.

Misschien niet zulke fraaie reacties als je ze op een rij zet. Eerlijk gezegd heb ik ik ze allemaal wel eens gehad. En wellicht herken jij ze ook. Het is menselijk. Als de koek even op is, neemt je onbewuste het over in een poging je te helpen. De reacties gaan op de automatische piloot. En ze hebben één ding gemeen: het zijn allemaal stressreacties. Het zijn allemaal vecht, vlucht of bevries reacties (later meer over stressreacties in een andere blogpost).

Stressreacties zeggen grofweg hetzelfde: het is niet goed hoe het nu is. Het moet anders en dat ga ik nu even regelen. Heel begrijpelijk. Maar vaak niet zo handig. Want het hele lijf, gedachten en gevoelens worden overgenomen. Tijdens zo’n stressreactie ben je even niet je hele zelf. Je blik vernauwt, het voelt onprettig en je doet vaak dingen die de situatie niet per sé verbeteren. Dubbele ellende dus.

3. Zelfveroordeling

Soms weten we ook dat onze reactie de boel erger heeft gemaakt, en daar kunnen we ons dan weer schuldig, onzeker of ontevreden over voelen. Deze oordelen maken de situatie zwaarder, en bovendien werken ze nieuwe stressreacties in de hand.
Maar zelfs hier stopt het vaak niet: met een beetje pech koppelen we deze situatie aan eerdere ervaringen en trekken dan brede conclusies. Dan is het nog maar een kort sprongetje naar sombere overtuigingen zoals: het ligt (altijd) aan mij, ik ben waardeloos, het zal wel niets meer worden. Driedubbele ellende dus.

4. Herhaling

Als mensen zijn we ook heel erg goed in patronen herkennen. Zo leren we natuurlijk van ervaringen en worden we beter in het omgaan met vergelijkbare situaties. Helaas zijn we vaak ook een beetje slordig. De conformation bias is daar een goed voorbeeld van: we nemen vooral informatie aan die past bij wat we al denken te weten. Ook zijn we geneigd om negatieve ervaringen een grotere plaats in ons geheugen te geven dan positieve ervaringen. Daardoor lijkt het veel erger dan het was.
En natuurlijk gaan stressreacties automatisch. Als die aanstaan, staat onze reflectie uit. Die reacties worden daardoor vaker herhaald.
Zo kunnen we situaties koppelen aan een verkeerd patroon dat we dan onbedoeld voeden en dieper in ons verankeren. Het wordt dan steeds moeilijker om anders te reageren – als we dat willen. Vierdubbele ellende.

5. Vicieuze cirkel compleet

Als we reageren vanuit stress en ingesleten patronen hebben we meestal  weinig overzicht in de situatie. Als we dan iets eraan proberen te doen sluit onze reactie vaak niet goed aan, en worden kinderen, partners en andere onschuldige omstanders geraakt door ons stress bombardement. Helaas gaan kinderen en partners hier niet altijd volkomen ontspannen mee om, en dan heb je er nog gratis een ruzie bij, of een ontroostbaar kind dat nog een tijd van slag is. Tegen de tijd dat de gemoederen bedaard zijn is iedereen uitgeput. De lontjes zijn nog even kort, en als je pech hebt begin je weer van voren af aan. Vijf keer ellende dus.

Klaar.

Het grappige is dat je in alle vijf de fases kunt stoppen met de ellende. Het kan onmiddelijk klaar zijn met het extra gedoe. Stress op zich is niet te voorkomen. Dat hoort bij het leven. Loodgieters komen te laat, eten brandt soms aan. Maar stressreacties kunnen stoppen. Niet dat je per direct alle adrenaline kwijt bent, of je nare gedachtes, of dat je meteen weer die ideale ouder kunt zijn. Maar je kunt direct stoppen met waar je bezig bent.

Als je letterlijk stopt of vertraagt, gebeuren er meerdere dingen. Je krijgt weer toegang tot je pre-frontale cortex, het gebied waarmee je logisch kunt nadenken, overzicht krijgt en bewuste beslissingen neemt. Zo kun je rustig bekijken wat de situatie nodig heeft.
Door te stoppen voedt je de stress niet meer, zelfs al voelt het nog heel ongemakkelijk. Je laat de stress vanzelf uitdoven. Je lichaam is namelijk nog steeds vol stresshormonen, en die nemen vanzelf af. Dit duurt alleen een tijdje.
Als laatste kun je ook je verzet staken. Zonder verzet kun je de boel eens goed bekijken. De situatie, hoe het met je is, waar de (on)schuldige omstanders zijn. Je krijgt een beter plaatje van hoe het is, wat er nodig is, en wat er mogelijk is.

Het is zoals het is.

Er is iets grappigs met acceptatie. Als je loslaat hoe het zou moeten zijn, en durft te zien hoe het is krijg je meteen de wind mee.

Bij een stressreactie moet de hele situatie het raam uit. Als je accepteert zoals het is, ontstaat er ruimte om onderscheid te maken tussen wat je wel en niet kunt veranderen. Mocht je actie willen ondernemen, dan verspil je dus niet je energie aan dingen waar je toch geen invloed op hebt.

Maar hoeveel actie is eigenlijk nodig? Als we naar de situatie van het begin kijken valt er eigenlijk niet zo heel veel te doen. De verwarming is gemaakt. Het aangebrandde eten is maar een praktisch probleem. Je kindje troosten hoeft weinig energie te kosten. En als je accepteert hoe je je voelt, is vluchten niet nodig. Sterker nog, even rustig zitten tussen de was kan een ontspannende ervaring worden. Ruimte maken om voor jezelf te zorgen.

Het is zoals het is. Ook als het oncomfortabel voelt. Ook als het anders loopt. Ook als je nog gestresst bent. Of spijt hebt. Het is zoals het is en het is prima. Ik ben prima.

Zonder weerstand zijn het maar gebeurtenissen waar je liefdevol mee samen op de bank kunt zitten. Tot het weer nodig is om verder te gaan. Om voor jezelf of je gezin te zorgen. In harmonie met de situatie. Wat die ook is.

Ontspannen aanwezig zijn.

Wat is dan de rol van mindfulness in dit verhaal? Mindfulness is simpelweg aanwezig zijn met hoe het is. Open, vriendelijk, en zonder weerstand. Liefdevol bewustzijn van situaties, behoeftes, al dan niet vervuld.

We hebben een levenlang ervaring met automatische reacties en verzet. Dat hoort bij het menselijk leven. Maar we hebben ook een levenlang ervaring met mindfulness. Alleen hebben we dat vaak wat minder geoefend. Het mooie is: mindfulness kun je ontwikkelen. Zoals pianospelen of veters strikken. Elke keer dat je stress opmerkt en oefent met mindfulness wordt het weer een klein beetje makkelijker. En daarmee wordt ook je leven steeds wat makkelijker, een beetje meer ontspannen, een tikkeltje prettiger.

Het is zoals het is. Dat is de basis. En het is goed zo. Probeer het maar. En dan nog een keer.